Mijn visie

foto-mijn-visieWe realiseren het ons niet, maar om goed te kunnen lezen moet je:

  • weten hoe dat figuur (letter) eruit ziet en dat kunnen herkennen (ogen moeten goed werken),
  • weten hoe je welke letter uitspreekt,
  • weten hoe welke klank hoort te klinken,
  • die klank kunnen herkennen (korte klank of lange klank),
  • meerdere klanken achter elkaar uit kunnen spreken en
  • een goed geheugen hebben.

 

Kinderen met dyslexie zijn net zo slim als andere kinderen. Alleen gaat als je dyslexie hebt, alles wat met taal te maken heeft een stukje langzamer. Kinderen met dyslexie hebben meer tijd en oefening nodig om te leren spellen en lezen dan kinderen bij wie lezen een stuk makkelijker gaat. Als je dyslexie hebt, zul je meer en vaker moeten oefenen, wil je dat ene woord de volgende keer makkelijker lezen.

Uit neurologisch onderzoek is gebleken dat een goede werking van je zintuigen nodig is om goed te kunnen lezen. Ook blijkt dat een minder goede motorische ontwikkeling problemen kan geven bij de taalontwikkeling van een kind. De linker- en rechter hersenhelft moeten goed samenwerken om goed te kunnen lezen en schrijven. Vaak zie je dat kinderen die een leesachterstand hebben al op zeer jonge leeftijd moeite hebben om kleuren te onthouden en te benoemen, moeite hebben met het opzeggen van de dagen van de week en dat de spraakontwikkeling wat langzamer gaat of is gegaan.

Dit kan betekenen dat de verbinding in de hersenen niet optimaal is ontwikkeld. Zodra de hersenbalk goed gestimuleerd wordt, zal het lezen en schrijven beter gaan. Om goed te kunnen lezen moeten je ogen diepte kunnen zien, iets kunnen volgen en kunnen scherpstellen. Dit staat los van of je nu wel of geen bril nodig hebt. Door je oogspieren te trainen zal het lezen makkelijker gaan.

Ook je gehoor moet goed werken om goed te kunnen lezen en schrijven. Horen en luisteren zijn twee verschillende dingen. Vaak hebben kinderen met (ernstige) leesproblemen meer tijd nodig om een klank te herkennen. Om te leren lezen moet je je bewust zijn van de klanken. Volgens onderzoeksresultaten van het UMC en Rijksuniversiteit Groningen is alléén oefenen op papier niet altijd effectief. Oefeningen waarbij het luisteren naar een woord voorop staat, zou meer effect hebben.

Uit onderzoek is ook gebleken dat je dingen beter opneemt en verwerkt wanneer je het kunt voelen. In mijn praktijk gaan we daarom aan de slag met verschillende zintuigen.

Mijn uitgangspunten zijn:

  • Ieder kind is uniek.
  • Ieder kind heeft vele vaardigheden en kwaliteiten.
  • Ieder kind wil gezien worden.
  • Ieder kind heeft recht op een persoonlijke benadering.
  • Een kind is geen probleemkind. Een kind heeft ergens last van.