Erfelijkheid en Signalen

foto-bij-erfelijkheid-en-signalenDyslexie betekent ‘niet kunnen lezen’ en het komt bij 2 à 3% van de mensen voor in Nederland. Eén op de tien basisschoolkinderen heeft hier last van. Dyslexie is erfelijk, dus als één van de ouders, opa of oma dyslexie heeft is de kans aanwezig dat het kind ook dyslexie heeft. Je wordt er dus mee geboren. In de praktijk blijkt dat mensen met een leesachterstand altijd zwakke lezers zullen blijven. Maar, je kunt er wel zo goed mogelijk mee leren om te gaan. Kinderen met dyslexie ondervinden vaak problemen vanaf het moment dat het formele lees- en spellingsonderwijs gaat beginnen. Dat is vanaf Groep 3. De klank van de letter blijft niet hangen, letters worden door elkaar gehaald of gewoonweg verkeerd om gezien. Of hun ogen springen al verder in de tekst, waardoor letters of hele woorden worden overgeslagen. Soms zien de kinderen de letters dubbel of dansen de letters op papier.

Signalen

Hieronder een lijst met signalen waarvan ouders/verzorgers van kinderen met dyslexie er zeker een flink aantal zullen herkennen. Net als veel van dit soort ‘lijstjes’ zijn de de signalen a-specifiek. Dat wil zeggen dat ze kunnen duiden op dyslexie, maar het hoeft niet. Echter, als veel van onderstaande signalen herkenbaar zijn, is het wellicht een optie om samen te kijken of er mogelijk sprake is van dyslexie. Een eerste gesprek is altijd kosteloos.

  • Mijn kind is laat begonnen met kruipen.
  • Mijn kind heeft moeite met het inkleuren van een kleurplaat.
  • Mijn kind heeft een onhandige ‘pen-greep’.
  • Mijn kind heeft moeite met hinkelen of huppelen.
  • Mijn kind vindt touwtjespringen lastig.
  • De balvaardigheid van mijn kind is matig; hij/zij is (vaak) onhandig en ongeconcentreerd.
  • Als mijn kind knipt, gaat de hele arm mee, i.p.v. alleen de hand te gebruiken.
  • Mijn kind had/ heeft moeite met veters strikken.
  • Mijn kind ging pas laat zonder zijwieltjes fietsen.
  • Ritsen van kleding van mijn kind gaan sneller stuk dan bij andere kinderen.
  • Mijn kind krijgt knopen moeilijk open en dicht.
  • Mijn kind laat vaak dingen vallen en komt vaak wat ‘onhandig’ over.
  • Mijn kind struikelt vaker dan leeftijdsgenoten.
  • Het handschrift van mijn kind is moeilijk te lezen/onleesbaar
  • Als kleuter had mijn kind al moeite met het benoemen van kleuren.
  • Mijn kind kan de dagen van de week/maand niet of moeilijk onthouden.
  • Mijn kind kan cijfers niet of moeilijk onthouden en benoemen.
  • Mijn kind herkent niet alle letters van het alfabet.
  • Mijn kind heeft een hekel aan hardop lezen.
  • Mijn kind wil regelmatig niet naar school en zoekt uitvluchten.
  • Mijn kind heeft buikpijn en/of hoofdpijn.
  • Mijn kind heeft faalangst.
  • Mijn kind is onzeker.
  • Mijn kind blijft lang woordjes spellen.
  • Mijn kind maakt met lezen veel fouten.
  • Het valt mij op dat mijn kind lange en moeilijke woorden makkelijker leest.
  • Mijn kind haalt letters door elkaar of spiegelt letters.
  • Mijn kind is stil en teruggetrokken of juist extra ‘lastig’.
  • Mijn kind zoekt uitvluchten om niet te hoeven lezen.
  • Mijn kind is motorisch niet zo sterk (bijvoorbeeld moeite met veters strikken, aan- en uitkleden, knippen, een kleine bal vangen, mikken en tollen).
  • Mijn kind heeft spraakproblemen.
  • Mijn kind leest regelmatig ‘radend’.
  • Mijn kind haalt woorden met dezelfde klank door elkaar.
  • Mijn kind blijft fonetisch schrijven (schrijven zoals het woord uitgesproken wordt, bijvoorbeeld ‘speelun’ in plaats van ‘spelen’).