Leervoorkeuren

Per persoon verschilt de voorkeur van het opnemen, verwerken en onthouden van informatie. De verschillende voorkeuren zijn:

  • Zien (visueel = beelddenken)
  • Horen (auditief)
  • Voelen (kinetisch)
  • Denken (auditief digitaal)

Bij lezen zet je de geschreven tekst om in waarden met klank. Lezen kun je hardop doen, zodat je de klank ook hoort, maar je kunt ook stil lezen in jezelf. Als je in jezelf leest moet je je kunnen voorstellen hoe dat klinkt, anders weet je nog steeds niet wat er staat. Lezen is dus een manier om de ‘kriebels’ die op papier staan te ontcijferen. Het is van groot belang dat je de code kunt kraken om de informatie die op papier staat te lezen.

Bij schrijven doe je precies het omgekeerde. Je hebt dan het woord in je hoofd. Daar hoort een klank bij en er hoort een code bij. Die code zet je om in letters die je op papier zet.

Om de informatie die je leest te kunnen verwerken, moet je veel dingen tegelijk kunnen. Je moet goed kunnen zien wat er staat, je moet weten welke klank erbij hoort en je moet weten wat dat woord betekent. De meeste kinderen die moeite hebben met lezen kost het al zoveel moeite om de code te ontcijferen, dat ze niet toekomen aan de verwerking van de tekst. Vaak weten ze na een paar zinnen niet meer wat ze gelezen hebben. Ik ben van mening dat als ze tekst gaan visualiseren, het lezen veel beter zal gaan.

Het visualiseren doen we o.a. door middel van tekenen, kleien en andere creatieve opdrachten. De meeste kinderen vinden tekenen leuk. Samen tekenen is nóg leuker. Door samen spiegelend te tekenen kun je, door eenvoudige lijnen te zetten, stiekem oefenen met die lastige letters ‘b’, ‘d’, ‘p’, ‘q’, ‘ie’ en ‘ei’. Door ritmisch te tekenen krijg je de mooiste kunstwerken en oefen je meteen korte- en lange klanken.

Nieuwsgierig geworden naar de methode? Neem vrijblijvend contact met mij op.